header achtergrond
Kennis

“Er is geen quick fix voor eenzaamheid; we hebben elkaar nodig om samen de puzzel te leggen”

Als Universitair docent aan de Universiteit Utrecht verdiept Marlies Maes zich in het thema eenzaamheid, toegespitst op kinderen en jongeren. Netwerkcoördinator Ester Vlaming sprak met haar over de wetenschap achter eenzaamheid.

Marlies, je verdiept je al zo’n vijftien jaar in het onderwerp eenzaamheid. Hoe zou je je belangrijkste inzichten samenvatten?

“Om te beginnen is het onderwerp complexer dan vaak wordt gedacht. Eenzaamheid werd bijvoorbeeld lang gezien als een probleem van een individu. En nog steeds wordt de oplossing vaak daar gezocht. De aanpak wordt gericht op de persoon, alsof daar iets gefixt moet worden. Inmiddels weten we dat dit vaak niet genoeg is. Dat de impact waarschijnlijk veel groter is als we ons ook richten op de wereld om de persoon die zich eenzaam voelt heen. Daar ligt de oplossing.

 

Die oplossing is echter niet eenduidig. Eenzaamheid kent vele oorzaken en vormen en er is geen quick fix. Er bestaat geen aanpak die voor iedereen zal werken. Het is een puzzel, die per persoon en situatie gelegd moet worden. Dat maakt een netwerk als Utrecht Omarmt ook zo krachtig. Het is gebaseerd op uitwisseling en samenwerking. En het richt zich op de menselijke invloedsfeer, juist daar kunnen we iets in beweging zetten, gerichte steun bieden en aansluiten bij wat nodig is.”

 

Wat moet er gebeuren om eenzaamheid aan te pakken?

“Idealiter zou de impact op het sociale contact tussen mensen bij elke beleidskeuze of – maatregel uitgangspunt zijn. Eenzaamheid hangt samen met tal van maatschappelijke problemen, zoals armoede, racisme, buitensluiting. We moeten ons hard blijven maken voor een samenleving waarin iedereen er mag zijn en er toe doet. En we kunnen bijvoorbeeld kijken naar de inrichting van de ruimtelijke omgeving of het curriculum van de Pabo bijvoorbeeld. Leerkrachten geven aan soms wat handvaten te missen om aandacht te besteden aan de sociaal-emotionele ontwikkeling in het algemeen, en eenzaamheid in het bijzonder. Daarbij moet dan natuurlijk ook goed gekeken worden naar voldoende ondersteuning voor leerkrachten en hun welzijn. Je kunt niet alles op het bordje van leerkrachten kieperen zonder de randvoorwaarden op orde te hebben.”

 

Een mooie link naar jouw specialisme, eenzaamheid onder kinderen en jongeren. Wat zie je daar gebeuren?

“Het is mooi om te zien dat kinderen vaak gemakkelijker praten over eenzaamheid dan volwassenen. Als je een volwassene vraagt wanneer zij voor het laatst eenzaam waren krijg je vaker antwoord in de trant van “Ik ben niet eenzaam”, terwijl kinderen gemakkelijk een moment benoemen: “Dat was vorige week, toen ik niet mee mocht doen met …”. 

 

Kinderen blijken ook heel goed te kunnen uitleggen wat ze belangrijk vinden als eenzaamheid in de klas wordt besproken. Dat bleek uit onderzoek dat we onlangs uitvoerden in samenwerking met Stichting Kinderpostzegels. Leerlingen geven aan het fijn te vinden als het thema in algemene termen besproken wordt, zonder een specifieke leerling of situatie centraal te stellen. Ook geven ze aan het niet fijn te vinden gestigmatiseerd te worden, als iemand de schuld krijgt, of als leerkrachten zeggen “erop te zullen letten”. Kinderen gaven aan dat zo’n uitspraak hen het gevoel geeft dat ze niet serieus genomen worden, dat het een manier is om er snel vanaf te komen. Een simpele alternatieve zin is er niet. Het gaat er vooral om kinderen te zien en horen. Bespreek bijvoorbeeld met kinderen wat ze nodig hebben en wat jij daarin kan betekenen. En vraag of ze het goed vinden als je er over een tijdje nog eens op terugkomt.” 

 

Mooie inzichten. Kun je stellen dat eenzaamheid onder jongeren meer uit de taboesfeer komt?

“Dat is helaas nog niet het geval. Vooral als het over jezelf gaat, blijft het nog lastig om over eenzaamheid te praten. Het helpt dan ook niet echt mee dat we nog vaak de oorzaken en oplossingen bij individuen zoeken. Naast dat dit niet klopt, geeft het ook steeds het signaal dat eenzaamheid je eigen schuld is, dat het probleem bij jou ligt en door jou komt, dat er iets mis met je is. Daarnaast lopen we ook tegen een taalkwestie aan. Eenzaamheid is namelijk altijd een naar gevoel, maar het heeft ook een nuttige signaal en motivatie functie (we zouden slechter af zijn als we niet in staat zouden zijn ons eenzaam te voelen!).

 

Iedereen ervaart wel eens eenzaamheid en meestal gaat dat niet gepaard met allerlei negatieve gevolgen. Maar soms blijven ervaringen van eenzaamheid aanhouden en komen mensen vast te zitten in een vicieuze cirkel. Om daar weer uit te komen is extra ondersteuning vaak wel nodig. Maar in beide gevallen hebben we het over ‘eenzaamheid’ en het zou soms helpend zijn als we meer vocabulaire hadden om het onderscheid te maken. Ook daarover buigen we ons binnen de wetenschap, bijvoorbeeld in een project dat nu loopt waarbij ook professionals, beleidsmedewerkers en mensen met ervaringen van aanhoudende eenzaamheid betrokken zijn.” 

 

Heb je tips voor leerkrachten die meer aandacht willen besteden aan het thema eenzaamheid? 

“Deze maand heeft Stichting Kinderpostzegels de tool “Aan de slag met eenzaamheid” gelanceerd voor leerkrachten uit groep 6 t/m 8. Samen met de Kindertelefoon, Join Us, KiVa, CED-Groep en Young Academy of Life, heb ik hieraan meegewerkt. Het is een uitnodiging aan leerkrachten om eenzaamheid in te bedden in wat ze al doen in hun klas. Met kennis over eenzaamheid, tips, spellen voor leerlingen om elkaar beter te leren kennen, voorbeeldlessen en een leidraad om in gesprek te gaan over eenzaamheid.”

Wat is voor jou als wetenschapper de waarde van een netwerk als Utrecht Omarmt? 

“De uitwisseling met een netwerk dat zoveel praktijkkennis bundelt is heel waardevol. Het fungeert voor mij ook als een soort factcheck of realisatietest; is het nuttig waar ik me op richt of moet ik me eigenlijk op andere vragen richten? En het is fijn als onderzoek gevoed kan worden door de praktijk. Het vinden van respondenten is bijvoorbeeld altijd een opgave. Daar kan de kracht van het netwerk misschien ook nog wel een rol spelen.

Mijn collega Luzia Heu is voor haar onderzoek nog op zoek naar respondenten tussen de 18 en 30 jaar oud die hun ervaringen willen delen. Ze zoekt jongvolwassenen die zich al een groot deel van hun leven eenzaam voelen en jongvolwassenen die zich nog nooit of maar zelden eenzaam hebben gevoeld. Er kan een vragenlijst in worden gevuld en dan wordt er contact opgenomen.”

 

Lees meer over Marlies Maes en haar publicaties op de website van de Universiteit Utrecht.

 

Partners Utrecht Omarmt

Er zijn geen resultaten gevonden voor deze zoekopdracht

Toon alle {{totalItems}} deelnemers
www.utrechtomarmt.nl | LinkedIn Utrecht Omarmt | Privacy